dinsdag 17 april 2018

geluk


Geluk....

Ik heb gisteren het gras gemaaid. De derde keer al dit seizoen, en het stoelt al lekker uit. Een smaragdgroen tapijtje is het geworden. De abrikozenboom bloeit nog een beetje na. Er zat dit jaar niet zo veel bloesem aan. Dat is niet erg, wat er was, is mooi geweest en voorlopig heb ik toch nog meer dan genoeg abrikozenjam op zolder. Onder de boom piepen donkerpaarse maagdenpalmbloempjes tussen de rechtopstaande nieuwe scheuten. Daartussen hier en daar wat speenkruid. Dat laat ik staan, het bloeit leuk en verdwijnt vanzelf weer.
Ik fantaseer over zachtgele bakkruutjes en wilde hyacintjes (roze) die ik er bij wil zetten. Volgend jaar is het hier nog meer een voorjaars tovertuin. Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw. Geluk.
Geluk is niet dat alles goed gaat, maar kunnen genieten van kleine dingen en positieve verbeelding.



donderdag 5 april 2018

Koop geen weegschaal!





Omdat ik de laatste tijd nog al eens brood bak en er ook steeds vaker cake en koekjes uit mijn oven worden getoverd, wilde ik een andere wegschaal. De weegschaal die ik nu heb hangt aan de muur in de keuken. Boven een plank met bussen en stopflessen. Onder die plank staan twee prullenbakken. Eén voor gewoon en één voor plastic afval. Wanneer je daarboven meel afweegt, mors je altijd wat op de plank en het meel stuift ook over de prullenbakken (en er achter).

Ik wilde een tafelweegschaal. Dan kun je gemakkelijk het meel in de kom doen, en als je al wat morst is het eenvoudig op te poetsen. Het deeg kneed ik altijd al aan tafel, dus de tafel poetsen als het brood in de oven zit moet toch. Zo’n weegschaal leek me een leuk verjaardagscadeau.  En misschien was zo’n weegschaal ook wel goedkoop op de kop te tikken, via marktplaats of prikbord. Het leek me typisch een product wat bij veel mensen ongebruikt in een keukenkastje staat.

Maar toen ik afgelopen week deeg stond te kneden viel mijn oog op de maatbeker waar ik het water altijd in afmeet. Net zo één als mijn moeder vroeger had. In die maatbeker kun je ook meel en suiker afmeten. Natuurlijk! Vroeger hadden mensen helemaal geen weegschaal in de keuken en al helemaal geen elektronische. Dit is een veel betere oplossing. Geen extra apparaat wat maar in de weg staat als je het niet gebruikt. Gewoon gebruiken wat je al hebt. Je hebt alles al.

Even dacht ik dat de weegschaal boven de plank dan ook wel weg kon, maar nee, ik weeg daar bijna iedere dag de aardappelen in af. Ik vraag me af hoe mijn moeder dat deed. Wist ze op het zicht wanneer er genoeg aardappels geschild waren? Of deed ze ook maar wat en ging wat er over was naar de kippen? Ik kan het helaas niet meer vragen.

Nu nog één keer meel afwegen en controleren of die maatbeker klopt. En dan heerlijk ouderwets aan de slag. Met mijn kookwerker die op een veer werkt, mijn batterij loze maatbeker en mijn oude  keuken, waarvan een kopie in het openluchtmuseum staat, (echt waar en dat vonden we tien jaar geleden al grappig) voel ik me dan (eventjes) een  negentiende-eeuws keukenmeisje.  Zoiets als in Downton Abbey.  Alleen het leuke schortje en jurkje ontbreekt er nog aan.  Maar misschien krijg ik DAT dan wel voor mijn verjaardag. J

April


April

foto internet



Vandaag was het ouderwets april weer. Zo tussen koud en warm, beetje waaierig en af en toe  een flard zon of regen. Vanmorgen zeemde ik de ramen op mijn werkadresje en had ineens dat gevoel van vroeger. Buitenspelen in april. Nog koud zonder jas maar wel bloeiende bomen en narcissen.  Een heerlijk nostalgisch gevoel. Op de terugweg zag ik twee Egyptische Nijl-ganzen. Ze waren met iets ingewikkelds bezig. Het leek nog het meest op een soort van voorspel waarbij de ene partij zich liep uit te sloven en de andere partij rustig doorging met eten. Een kadootje op een gewone doordeweekse dag. 


woensdag 28 maart 2018

Olie en Ongemakkelijkheid


Olie en Ongemakkelijkheid.

foto internet

In de lente, als de natuur op zijn mooist is, en de tuin bijna volmaakt, ervaar ik het contrast tussen natuur en leed of onrecht het meest.  Het contrast kan haast niet groter zijn. En in het heldere licht is onrecht en leed op zijn lelijkst.
Dat is nie fijn. Ik wil de dakloze krantenverkoper bij de supermarkt niet zien. Ik probeer langs hem heen te kijken. Het lukt me niet natuurlijk, hij is slimmer dan ik. Uit ongemak geef ’m vijf euro. Dat maakt het er niet beter op, ik voel me nu nog ongemakkelijker! Waarom laat ik m niet gewoon in zijn waarde door een eerlijke prijs te betalen? Ik wil niet in een rol van weldoener geduwd worden, maar hoe meer ik dat niet wil hoe minder dat me lukt.. Ik wil dat dakloosheid niet bestaat! Het past niet bij een mooie wereld. Maar het is er wel en ik kan het niet oplossen.
Machteloosheid. Machteloosheid  is soms een moeilijke emotie om toe te laten. Ik vermoed  dat ik daarin niet de enige ben. Daarom roepen we “komt goed” als iemand pech heeft. Of we weten wel een oplossing.  Maar soms weet je gewoon dat iets niet meer goed komt.  En dat het onvermijdelijk is.
In een van de eerste vijf weken na  het begin van de lente word volgens traditie in de kerk het verhaal van de zalving met nardusolie gelezen. Een kruik met krankzinnig dure olie wordt boven iemand leeggegoten. Waarom? Ook dit verhaal gaat niet goed aflopen. Dat is onvermijdelijk en iedereen weet het.
(Even ter vergelijking: iemand als Martin Luther King wist heus wel dat hij beter een ander beroep kon nemen als hij oud wilde worden. Maar hij kon dat toch niet.)
De bijrol-spelers in dit verhaal willen er niet aan. Ze willen het niet zien of horen. Nu  kunnen we onze oren en ogen sluiten voor ongemakkelijkheid. Maar de reuk, een zintuig wat direct verbonden is met ons limbisch systeem, het deel van de hersenen waar emoties wonen, kunnen we niet zo gemakkelijk uitschakelen. Geur komt overal. Nardus is de geur van liefde en van rouw. Er is hier iemand die niet ontkend dat het niet goed gaat en die de anderen wakker wil schudden. Dat wordt haar niet in dank afgenomen, ze wordt aangevallen met rationalisaties en oplossingsgericht denken. (“Wat kost dat wel niet zo’n fles?”) (heel wat meer dan vijf euro.)
In dit verhaal krijgt mijn eigen ongemakkelijkheid een plaats. Ze  wordt be-noem-d in plaats van ontkent of weggeduwd. Ik vind dat mooi. Het neemt mijn ongemakkelijkheid niet helemaal weg maar maakt het wel beter hanteerbaar. Zodat ik er wat mee kan doen.
Tegelijk is dit verhaal een oproep en inspiratie. Een oproep om niet weg te lopen voor machteloosheid maar het in de ogen te kijken.  Om er bij te blijven met stilte en schijnbaar absurd nutteloos handelen.
En om eens  na te denken over de vraag: “Wanneer voelde ik me  machteloos of ongemakkelijk?”